Koersen bewegen voortdurend. De ene dag stijgt een aandeel enkele procenten, de volgende dag kan een deel van die winst alweer verdwijnen. Sommige beleggingen bewegen relatief rustig, terwijl andere grote uitslagen laten zien. Die mate van koersschommeling noemen we volatiliteit.
Volatiliteit is een belangrijk begrip voor beleggers, omdat het iets zegt over de onzekerheid waarmee een belegging gepaard gaat. Toch wordt het begrip vaak verkeerd geïnterpreteerd. Een hoge volatiliteit betekent niet automatisch dat een belegging slecht is en een lage volatiliteit betekent evenmin dat een belegging veilig is.
Wie volatiliteit goed begrijpt, kan risico’s beter beoordelen en een portefeuille samenstellen die past bij de eigen doelstellingen en risicobereidheid.
Wat is volatiliteit bij beleggen?
Volatiliteit geeft aan hoe sterk de waarde van een belegging in een bepaalde periode schommelt. Hoe groter en frequenter de koersuitslagen, hoe hoger de volatiliteit.
Stel dat twee aandelen allebei rond €100 noteren. Het eerste aandeel beweegt gedurende enkele weken voornamelijk tussen €98 en €102. Het tweede aandeel beweegt in dezelfde periode tussen €85 en €115.
Hoewel beide aandelen uiteindelijk rond dezelfde koers kunnen eindigen, is het tweede aandeel duidelijk volatieler. Een belegger moet daar tussentijds veel grotere waardeschommelingen accepteren.
In professionele analyses wordt volatiliteit vaak statistisch berekend aan de hand van de spreiding van historische rendementen rond het gemiddelde. Daarbij wordt meestal de standaarddeviatie gebruikt. Voor particuliere beleggers is het niet noodzakelijk om iedere berekening zelf uit te voeren. Het belangrijkste is begrijpen wat het cijfer betekent.
Waarom wordt volatiliteit als risicomaatstaf gebruikt?
Grote koersbewegingen vergroten de onzekerheid over de waarde van een belegging op een bepaald moment. Daarom wordt volatiliteit veel gebruikt als maatstaf voor beleggingsrisico.
Ook de Autoriteit Financiële Markten gebruikt volatiliteit bij de beoordeling van het risico van beleggingsprofielen. De risicometer beleggen van de AFM is gebaseerd op de volatiliteit van rendementen.
Dat betekent echter niet dat volatiliteit alle vormen van risico weergeeft. Een aandeel kan maandenlang nauwelijks bewegen en vervolgens plotseling sterk dalen door tegenvallende bedrijfsresultaten. Andersom kan een volatiel aandeel op lange termijn een positief rendement opleveren ondanks forse tussentijdse schommelingen.
Volatiliteit is daarom vooral een meetinstrument en geen volledige voorspelling van toekomstig verlies.
Historische en verwachte volatiliteit
Bij volatiliteit wordt vaak onderscheid gemaakt tussen historische en verwachte volatiliteit.
Historische volatiliteit wordt berekend met koersgegevens uit het verleden. Daarbij kan bijvoorbeeld worden bekeken hoe sterk een aandeel gedurende de afgelopen 30, 90 of 250 handelsdagen heeft bewogen.
De gekozen periode maakt veel verschil. Een rustige beursperiode kan een laag volatiliteitscijfer opleveren, terwijl hetzelfde aandeel tijdens een beurscrisis veel grotere uitslagen kan laten zien.
Verwachte volatiliteit kijkt juist vooruit. Hierbij probeert de markt in te schatten hoeveel beweging beleggers in de toekomst verwachten. Optieprijzen kunnen daarvoor belangrijke informatie bevatten, omdat de prijs van opties mede wordt beïnvloed door de verwachte beweeglijkheid van de onderliggende waarde.
Geen van beide methoden voorspelt precies wat er zal gebeuren. Historische volatiliteit kijkt immers achteruit, terwijl verwachte volatiliteit afhankelijk is van verwachtingen die kunnen veranderen.
Hoge volatiliteit betekent niet automatisch verlies
Een veelgemaakte fout is volatiliteit gelijkstellen aan verlies.
Stel dat een aandeel in enkele maanden van €100 naar €80 daalt, daarna naar €120 stijgt en vervolgens rond €110 eindigt. De koers is zeer volatiel geweest, maar een belegger die de volledige periode heeft aangehouden, staat uiteindelijk op winst.
Een ander aandeel kan langzaam van €100 naar €90 dalen zonder grote dagelijkse bewegingen. De volatiliteit kan relatief laag zijn, terwijl de belegger wel degelijk verlies heeft geleden.
Het onderscheid is belangrijk: volatiliteit beschrijft de omvang van koersschommelingen. Verlies beschrijft wat er daadwerkelijk met het vermogen gebeurt.
Wanneer wordt volatiliteit problematisch?
Volatiliteit wordt vooral een probleem wanneer de omvang van de koersbewegingen niet aansluit bij het risico dat een belegger kan dragen.
Iemand die geld over zes maanden nodig heeft voor een grote aankoop heeft weinig ruimte om een forse beursdaling uit te zitten. Voor iemand met een beleggingshorizon van twintig jaar kan een tijdelijke daling veel minder problematisch zijn.
Ook de grootte van een positie speelt mee. Een belegging die regelmatig 10 procent beweegt heeft weinig invloed wanneer zij slechts een klein gedeelte van de totale portefeuille vormt. Dezelfde belegging kan een groot risico worden wanneer vrijwel het gehele vermogen erin zit.
Daarom moet volatiliteit altijd worden bekeken in combinatie met beleggingshorizon, positieomvang, spreiding en financiële doelstellingen.
Volatiliteit en spreiding van de portefeuille
Een portefeuille bestaat meestal uit verschillende beleggingen. Daardoor is niet alleen de volatiliteit van iedere afzonderlijke positie belangrijk, maar ook de manier waarop beleggingen ten opzichte van elkaar bewegen.
Wanneer alle beleggingen op hetzelfde moment stijgen en dalen, biedt spreiding minder bescherming. Beleggingen die verschillend reageren op economische ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat koersbewegingen elkaar gedeeltelijk opvangen.
De samenstelling kan na sterke koersbewegingen echter ongemerkt veranderen. Wanneer één categorie veel sterker stijgt dan de rest, neemt haar gewicht in de portefeuille toe. Door periodiek te portefeuille herbalanceren kan de oorspronkelijke verhouding tussen verschillende beleggingen weer worden hersteld.
Herbalanceren voorkomt volatiliteit niet, maar kan wel helpen voorkomen dat één sterk gestegen belegging een steeds groter deel van het totale risico gaat bepalen.
Let niet alleen op rustige koersen
Een lange periode met weinig koersbeweging kan beleggers een gevoel van veiligheid geven. Dat kan misleidend zijn.
Risico kan zich namelijk opbouwen zonder direct zichtbaar te zijn in dagelijkse koersen. Denk aan een onderneming met hoge schulden, een sterk geconcentreerde portefeuille of een belegging waarvan de prijs nauwelijks beweegt doordat er weinig handel in plaatsvindt.
Ook extreme gebeurtenissen zijn moeilijk uit normale volatiliteitscijfers af te leiden. Statistische modellen zijn meestal gebaseerd op het koersgedrag dat daadwerkelijk is waargenomen. Ze kunnen daardoor uitzonderlijke gebeurtenissen onderschatten.
Een goede risicoanalyse kijkt daarom verder dan één getal.
Hoe kun je volatiliteit praktisch gebruiken?
Voor particuliere beleggers kan volatiliteit vooral worden gebruikt om beleggingen met elkaar te vergelijken en verwachtingen realistischer te maken.
Een belegger kan bijvoorbeeld kijken naar:
- de gebruikelijke koersschommelingen van een aandeel of ETF;
- de grootste dalingen tijdens eerdere onrustige marktperioden;
- de verhouding tussen de omvang van een positie en het totale vermogen;
- de spreiding over verschillende sectoren en beleggingscategorieën;
- de tijd die beschikbaar is om eventuele verliezen te herstellen.
Wie weet dat een belegging regelmatig grote uitslagen laat zien, kan daar vooraf rekening mee houden. Dat voorkomt dat een normale koersbeweging tijdens een onrustige beursperiode onverwacht tot paniek leidt.
Volatiliteit is informatie, geen voorspelling
Volatiliteit is een nuttige manier om koersrisico inzichtelijk te maken, maar het cijfer moet altijd in context worden bekeken. Hoge volatiliteit kan wijzen op grotere onzekerheid, terwijl lage volatiliteit geen garantie biedt tegen verlies.
Voor beleggers is vooral belangrijk hoeveel schommelingen zij financieel én mentaal kunnen verdragen. Een portefeuille die op papier een hoog verwacht rendement biedt, heeft weinig waarde wanneer de tussentijdse bewegingen zo groot zijn dat de belegger tijdens iedere daling zijn strategie verlaat.
Volatiliteit helpt daarom niet om de volgende koersbeweging te voorspellen. Het helpt vooral om vooraf beter te begrijpen welk soort risico bij een belegging hoort.