Sharpe-ratio bij beleggen: rendement afzetten tegen risico

Een belegging die in een jaar 12 procent rendement oplevert, lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijker dan een belegging met 8 procent rendement. Toch zegt rendement alleen niet genoeg. Misschien schommelde de eerste belegging extreem sterk, terwijl de tweede veel stabieler verliep. Wie beleggingen goed wil vergelijken, moet daarom ook kijken naar het risico dat nodig was om het rendement te behalen.

De Sharpe-ratio is een maatstaf die precies dat probeert te doen. De verhouding maakt inzichtelijk hoeveel extra rendement een belegging of portefeuille heeft opgeleverd in verhouding tot de genomen risico’s.

Wat is de Sharpe-ratio?

De Sharpe-ratio is genoemd naar de Amerikaanse econoom William F. Sharpe. De maatstaf vergelijkt het rendement van een belegging met een risicovrije rente en zet het verschil vervolgens af tegen de volatiliteit van het rendement.

In eenvoudige vorm ziet de berekening er zo uit:

Sharpe-ratio = (rendement belegging – risicovrije rente) / standaarddeviatie van het rendement

De risicovrije rente vertegenwoordigt het rendement dat theoretisch zonder of met zeer weinig beleggingsrisico kan worden behaald. Welke rente daarvoor wordt gebruikt, hangt onder meer af van de onderzochte periode en markt.

De standaarddeviatie geeft aan hoeveel de behaalde rendementen rond hun gemiddelde schommelen. Hoe groter die schommelingen, hoe hoger de gemeten volatiliteit.

Wie meer achtergrond wil over dit onderdeel, kan ook lezen wat volatiliteit bij beleggen precies betekent.

Een eenvoudig voorbeeld

Stel dat een portefeuille over een bepaalde periode gemiddeld 8 procent per jaar heeft opgeleverd. De gebruikte risicovrije rente bedraagt 2 procent en de standaarddeviatie van het rendement is 10 procent.

Het extra rendement boven de risicovrije rente bedraagt dan 6 procent.

De Sharpe-ratio wordt:

6 / 10 = 0,6

Stel vervolgens dat een andere portefeuille eveneens 8 procent rendement behaalt, maar een standaarddeviatie van slechts 6 procent heeft.

De berekening wordt dan:

6 / 6 = 1,0

Hoewel beide portefeuilles hetzelfde rendement hebben behaald, scoort de tweede portefeuille beter op basis van de Sharpe-ratio. Hetzelfde rendement werd namelijk bereikt met minder koersschommelingen.

Wat zegt een hogere Sharpe-ratio?

In het algemeen betekent een hogere Sharpe-ratio dat er meer rendement is behaald per eenheid gemeten risico.

Dat maakt de ratio vooral bruikbaar wanneer meerdere beleggingen, fondsen, portefeuilles of strategieën over dezelfde periode met elkaar worden vergeleken.

Een lage verhouding betekent niet automatisch dat een belegging slecht is. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat het rendement relatief laag was ten opzichte van de volatiliteit. Andersom is een hoge Sharpe-ratio geen garantie dat een belegging in de toekomst goed zal presteren.

De uitkomst moet daarom altijd in de juiste context worden bekeken.

Waarom alleen naar rendement kijken misleidend kan zijn

Twee strategieën kunnen op lange termijn vrijwel hetzelfde gemiddelde rendement behalen en ondertussen totaal verschillend gedrag vertonen.

De ene strategie kan vrij geleidelijk stijgen, terwijl de andere regelmatig forse winsten en verliezen laat zien.

Een belegger die uitsluitend naar het uiteindelijke rendement kijkt, ziet dat verschil niet direct. Toch kan het grote gevolgen hebben.

Sterke tussentijdse verliezen kunnen bijvoorbeeld leiden tot emotionele beslissingen. Ook kan een belegger op een ongunstig moment geld nodig hebben, waardoor een tijdelijke daling alsnog in een werkelijk verlies verandert.

Risico en rendement horen daarom altijd samen te worden beoordeeld.

Waarvoor kun je de Sharpe-ratio gebruiken?

De Sharpe-ratio kan worden toegepast op verschillende soorten beleggingen. Denk aan aandelenportefeuilles, ETF’s, beleggingsfondsen en handelsstrategieën.

De maatstaf is vooral nuttig bij het vergelijken van alternatieven die ongeveer hetzelfde doel hebben.

Wanneer twee wereldwijde aandelenfondsen bijvoorbeeld vergelijkbare rendementen hebben behaald, kan de Sharpe-ratio extra informatie geven over de hoeveelheid volatiliteit die daarvoor nodig was.

Ook bij de evaluatie van een handelsstrategie kan de verhouding interessant zijn. Een systeem met spectaculaire winstjaren maar zeer grote schommelingen kan een andere risicorendementsverhouding hebben dan een strategie met een lager maar gelijkmatiger resultaat.

De beperkingen van de Sharpe-ratio

Hoewel de Sharpe-ratio veel wordt gebruikt, is het geen perfecte risicomaatstaf.

Een belangrijke beperking is dat volatiliteit wordt gebruikt als maatstaf voor risico. Daardoor worden zowel positieve als negatieve koersuitschieters als schommelingen gezien.

Voor een belegger voelt een onverwacht sterk positief rendement echter meestal heel anders dan een forse daling.

Daar komt bij dat rendementen in financiële markten niet altijd mooi en gelijkmatig verdeeld zijn. Extreme uitschieters kunnen vaker voorkomen dan eenvoudige statistische modellen suggereren.

CFA Institute wijst er daarom ook op dat de Sharpe-ratio nuttig is voor het vergelijken van risicogecorrigeerde rendementen, maar dat volatiliteit niet noodzakelijk ieder relevant beleggingsrisico volledig weergeeft. Meer achtergrond hierover staat in hun uitleg over beleggingsrisico.

Wat gebeurt er bij een negatieve Sharpe-ratio?

Een Sharpe-ratio kan ook negatief zijn.

Dat gebeurt wanneer het rendement van de belegging lager ligt dan de gebruikte risicovrije rente. De belegger werd dan, volgens deze berekening, niet gecompenseerd voor het extra genomen risico.

Bij negatieve waarden wordt het onderling vergelijken lastiger. Een sterk negatieve Sharpe-ratio moet daarom niet automatisch op dezelfde manier worden geïnterpreteerd als het verschil tussen twee positieve ratio’s.

Ook hier blijft de context belangrijk.

Kijk naar meerdere risicomaatstaven

De Sharpe-ratio werkt het beste als onderdeel van een bredere beoordeling.

Naast volatiliteit kunnen beleggers bijvoorbeeld kijken naar maximale tussentijdse verliezen, spreiding, correlatie met andere beleggingen en de stabiliteit van rendementen door verschillende marktfasen heen.

Andere maatstaven, zoals de Sortino-ratio, proberen specifiek onderscheid te maken tussen gewenste positieve koersbewegingen en ongewenste neerwaartse volatiliteit.

Geen enkele ratio kan alle risico’s van een belegging in één getal samenvatten.

Historische cijfers blijven historische cijfers

Een ander belangrijk punt is dat de Sharpe-ratio meestal wordt berekend met historische rendementen.

Een goede verhouding in het verleden betekent niet dat dezelfde verhouding in de toekomst behouden blijft. Marktomstandigheden veranderen en strategieën die gedurende een bepaalde periode stabiel waren, kunnen later veel sterker gaan schommelen.

Ook de gekozen meetperiode heeft invloed. Een ratio over één jaar kan aanzienlijk verschillen van dezelfde berekening over vijf of tien jaar.

Vergelijk daarom bij voorkeur beleggingen over dezelfde periode en met dezelfde uitgangspunten.

Sharpe-ratio helpt rendement beter te beoordelen

Rendement vertelt slechts een deel van het verhaal. De Sharpe-ratio voegt daar een belangrijke tweede dimensie aan toe door te kijken hoeveel volatiliteit nodig was om dat rendement te behalen.

Dat maakt de maatstaf nuttig voor beleggers die verschillende portefeuilles, fondsen of strategieën objectiever willen vergelijken.

De ratio moet echter niet als zelfstandig koop- of verkoopsignaal worden gebruikt. Volatiliteit is slechts één vorm van risico en historische prestaties zeggen niets met zekerheid over toekomstige resultaten.

Wie de Sharpe-ratio combineert met andere risicomaatstaven en kijkt naar de manier waarop rendement tot stand komt, krijgt uiteindelijk een veel vollediger beeld van een belegging.