Een belegging kan over een langere periode een aantrekkelijk rendement behalen en tussentijds toch flinke verliezen laten zien. Alleen kijken naar het uiteindelijke rendement geeft daarom geen volledig beeld van het risico dat een belegger onderweg heeft moeten verdragen. Een maatstaf die dat risico zichtbaar maakt, is de maximum drawdown. Deze laat zien hoe groot de zwaarste daling was vanaf een eerdere top tot het daaropvolgende dieptepunt.
Voor beleggers kan maximum drawdown daardoor een nuttige aanvulling zijn op cijfers zoals rendement, volatiliteit en de Sharpe-ratio.
Wat betekent maximum drawdown bij beleggen?
Maximum drawdown bij beleggen is de grootste waardedaling die een belegging of portefeuille binnen een bepaalde periode heeft doorgemaakt, gemeten vanaf een eerdere piek tot het daaropvolgende dieptepunt. Stel dat een portefeuille stijgt van €100.000 naar €120.000 en daarna terugvalt naar €90.000. De daling vanaf de top van €120.000 naar €90.000 bedraagt 25%.
Wanneer er in dezelfde meetperiode geen grotere daling van een eerdere top naar een later dieptepunt voorkomt, is 25% de maximum drawdown. Het gaat dus niet om het verlies ten opzichte van de oorspronkelijke inleg. De berekening begint steeds bij de hoogste waarde die tot dat moment is bereikt.
Ook Investor.gov heeft maximum drawdown als afzonderlijk begrip opgenomen in de beleggingsglossary.
Hoe bereken je maximum drawdown bij beleggen?
Voor het berekenen van maximum drawdown moet je de ontwikkeling van een belegging door de tijd volgen. Je zoekt daarbij naar:
- een eerdere hoogste waarde;
- het laagste punt dat daarna wordt bereikt;
- de procentuele daling tussen deze twee waarden.
De formule kan eenvoudig worden weergegeven als:
(dieptepunt - piek) / piek × 100%
Bij een daling van €120.000 naar €90.000 wordt dat:
(90.000 - 120.000) / 120.000 × 100% = -25%
Een portefeuille kan gedurende een jaar meerdere drawdowns meemaken. Voor de maximum drawdown telt alleen de grootste daling. Daarbij is de gekozen meetperiode belangrijk: een maximum drawdown over één jaar kan heel anders zijn dan de maximum drawdown over tien jaar.
Waarom is drawdown iets anders dan volatiliteit?
Volatiliteit en drawdown worden beide gebruikt om risico te beoordelen, maar ze meten iets anders. Volatiliteit bij beleggen kijkt naar de mate waarin rendementen rondom hun gemiddelde schommelen. Zowel sterke stijgingen als sterke dalingen kunnen daardoor bijdragen aan een hogere volatiliteit. Drawdown kijkt daarentegen specifiek naar verlies vanaf een eerdere top.
Daardoor kan maximum drawdown voor een belegger gemakkelijker te begrijpen zijn. Een maximum drawdown van 30% betekent eenvoudig gezegd dat de waarde in de slechtste gemeten periode 30% onder een eerdere top terechtkwam. Twee beleggingen met ongeveer dezelfde volatiliteit kunnen bovendien een verschillend verliesverloop hebben. De ene belegging kan regelmatig relatief kleine dalingen laten zien, terwijl een andere belegging één veel diepere terugval doormaakt.
Maximum drawdown maakt dat verschil zichtbaar.
Waarom diepe verliezen zoveel invloed hebben
Een grote drawdown heeft niet alleen financiële gevolgen. Ook het herstel wordt moeilijker naarmate het verlies groter wordt. Na een daling van 20% is bijvoorbeeld een stijging van 25% nodig om weer op het eerdere niveau uit te komen. Na een verlies van 50% moet de resterende waarde zelfs verdubbelen om het eerdere niveau terug te bereiken.
Dat verschil ontstaat doordat het herstel plaatsvindt vanaf een kleiner bedrag. Diepe verliezen kunnen daardoor een groot effect hebben op de ontwikkeling van een portefeuille op lange termijn. Dat maakt het beperken van grote verliezen minstens zo relevant als het behalen van een hoog rendement.
Ook psychologisch kan een grote drawdown zwaar wegen. Een strategie die op papier aantrekkelijk lijkt, kan in de praktijk moeilijk vol te houden zijn wanneer de portefeuille tussentijds sterk daalt.
Wat zegt maximum drawdown over een strategie?
Maximum drawdown kan helpen om rendement in perspectief te plaatsen. Stel dat twee strategieën over dezelfde periode allebei gemiddeld 8% per jaar hebben opgeleverd. Strategie A kende daarbij een maximum drawdown van 15%, terwijl strategie B tussentijds 45% daalde. Het uiteindelijke gemiddelde rendement vertelt dan maar een deel van het verhaal, omdat strategie B van de belegger veel meer risicotolerantie heeft gevraagd.
Dat betekent niet automatisch dat strategie A beter is. Voor een goede vergelijking moeten ook andere factoren worden bekeken, zoals:
- de lengte van de meetperiode;
- de frequentie van verliezen;
- volatiliteit;
- herstelduur;
- transactiekosten;
- rendement;
- marktomstandigheden.
Maximum drawdown is dus vooral bruikbaar als onderdeel van een bredere beoordeling.
Let ook op de herstelperiode
Niet alleen de diepte van een verlies is belangrijk. Ook de tijd die nodig is om de oude top weer te bereiken kan veel zeggen. Een portefeuille die 20% daalt en enkele maanden later volledig is hersteld, heeft een ander risicoprofiel dan een portefeuille die dezelfde daling laat zien maar jarenlang onder de oude top blijft.
Daarom kunnen beleggers naast maximum drawdown ook kijken naar de herstelperiode. Dat is vooral relevant bij strategieën die op het eerste gezicht vergelijkbare rendementen opleveren. Een stabieler herstel kan in de praktijk prettiger zijn dan een grilliger verloop met lange perioden waarin eerdere verliezen nog niet zijn goedgemaakt.
Maximum drawdown bij backtesten
Bij het beoordelen van een handels- of beleggingsstrategie wordt maximum drawdown vaak berekend over historische resultaten. Dat kan nuttige informatie opleveren, omdat het bijvoorbeeld laat zien hoe de strategie zich tijdens eerdere moeilijke marktperioden heeft gedragen. Toch moet een historische maximum drawdown voorzichtig worden geïnterpreteerd.
De berekening vertelt alleen wat tijdens de onderzochte periode is gebeurd. Een toekomstige drawdown kan groter zijn dan alles wat in het verleden in de test voorkwam. Ook de gekozen start- en einddatum kunnen de uitkomst sterk beïnvloeden. Een testperiode zonder grote beurscrisis zal vaak een gunstiger risicobeeld geven dan een periode waarin meerdere ernstige marktdalingen voorkomen.
Een lage historische maximum drawdown is daarom nooit een garantie dat toekomstige verliezen beperkt blijven.
Wanneer is een maximum drawdown acceptabel?
Er bestaat geen percentage dat voor iedere belegger of strategie automatisch goed of slecht is. Wat acceptabel is, hangt onder andere af van:
- het verwachte rendement;
- de beleggingshorizon;
- de samenstelling van de portefeuille;
- de gebruikte strategie;
- de financiële situatie van de belegger;
- de persoonlijke risicobereidheid.
Een belegger die grote koersdalingen moeilijk kan verdragen, heeft weinig aan een strategie met een aantrekkelijk langetermijnrendement wanneer de tussentijdse verliezen ertoe leiden dat hij op het slechtste moment uitstapt. Daarom is het verstandig niet alleen te vragen hoeveel een strategie kan opleveren, maar ook welk verlies onderweg realistisch kan zijn.
Deze afweging verschilt per persoon. De informatie in dit artikel is algemeen van aard en geen persoonlijk beleggingsadvies.
Combineer drawdown met andere risicomaatstaven
Geen enkele maatstaf geeft zelfstandig een compleet beeld van een belegging. Maximum drawdown laat vooral zien hoe groot het zwaarste historische verlies vanaf een top is geweest. De Sharpe-ratio vergelijkt het extra rendement boven een risicovrije rente met de volatiliteit waarmee dat rendement is behaald. Andere gegevens kunnen inzicht geven in bijvoorbeeld spreiding, correlatie of de regelmaat waarmee verliezen optreden.
Door verschillende maatstaven naast elkaar te leggen ontstaat een vollediger beeld. Een strategie met een hoog rendement, een hoge Sharpe-ratio en een beperkte maximum drawdown kan bijvoorbeeld aantrekkelijk lijken. Toch blijft het noodzakelijk te onderzoeken over welke periode deze resultaten zijn gemeten en of de omstandigheden representatief zijn.
Historische statistieken beschrijven het verleden. Ze voorspellen niet met zekerheid hoe een belegging of strategie zich in de toekomst zal gedragen.
Maximum drawdown maakt risico tastbaar
Maximum drawdown is vooral waardevol omdat de maatstaf risico op een begrijpelijke manier zichtbaar maakt. In plaats van alleen te kijken naar gemiddelden laat de berekening zien hoe groot het zwaarste verlies onderweg daadwerkelijk is geweest.
Voor beleggers die strategieën, fondsen of portefeuilles vergelijken, kan dat belangrijke aanvullende informatie geven. Een aantrekkelijk rendement krijgt immers een andere betekenis wanneer daarvoor tussentijds zeer grote verliezen moesten worden verdragen. Wie rendement en risico serieus wil beoordelen, kijkt daarom niet alleen naar wat een belegging heeft opgeleverd, maar ook naar de weg die nodig was om dat rendement te bereiken.