Technische indicatoren: wat vertellen ze over de beurs?

Wie naar een koersgrafiek kijkt, ziet vooral wat een markt in het verleden heeft gedaan. Binnen technische analyse worden koersgegevens en indicatoren gebruikt om marktbewegingen systematisch te bestuderen. Technische indicatoren proberen daar extra structuur in aan te brengen. Ze rekenen koers- en soms volumegegevens om tot signalen die iets kunnen zeggen over trend, momentum of volatiliteit. Dat kan helpen bij het analyseren van een markt, maar een indicator voorspelt de toekomst niet. De waarde zit vooral in het consequent interpreteren van gegevens volgens vooraf bepaalde regels.

Wat zijn technische indicatoren?

Een technische indicator is een berekening die wordt uitgevoerd op historische marktgegevens. Meestal worden daarvoor koersen gebruikt, zoals openings-, hoogste, laagste en slotkoersen. Sommige indicatoren nemen daarnaast het handelsvolume mee.

De uitkomst wordt vervolgens weergegeven als een lijn, percentage of ander getal. Daarmee kan een belegger proberen patronen zichtbaar te maken die in een gewone koersgrafiek minder duidelijk zijn.

Technische indicatoren kunnen bijvoorbeeld helpen bij vragen als:

  • beweegt de markt in een duidelijke trend?
  • wordt een stijging of daling sterker of juist zwakker?
  • is de volatiliteit relatief hoog of laag?
  • wijkt de huidige koers sterk af van het recente gemiddelde?

Een indicator geeft daarmee informatie over wat er op dat moment in de koersgegevens gebeurt. Dat is iets anders dan met zekerheid aangeven wat de koers daarna zal doen.

Trendindicatoren laten de richting zien

Een belangrijke groep bestaat uit trendindicatoren. Deze proberen zichtbaar te maken of een markt zich over een bepaalde periode voornamelijk omhoog, omlaag of zijwaarts beweegt.

Een eenvoudig voortschrijdend gemiddelde is daar een bekend voorbeeld van. Daarbij wordt steeds de gemiddelde koers over een vooraf gekozen aantal perioden berekend. Nieuwe koersgegevens worden toegevoegd en oudere gegevens vallen uit de berekening.

Ligt de koers gedurende langere tijd boven zo’n gemiddelde, dan kan dat op een opwaartse trend wijzen. Een koers onder het gemiddelde kan juist passen bij een neerwaartse beweging.

Dat betekent niet dat iedere kruising met een gemiddelde automatisch een goed koop- of verkoopsignaal is. Vooral in een zijwaartse markt kan de koers regelmatig heen en weer door zo’n lijn bewegen.

Trendindicatoren werken daarom doorgaans het duidelijkst wanneer er daadwerkelijk een richting in de markt aanwezig is.

Momentum meet de kracht van een beweging

Momentumindicatoren kijken minder naar de richting zelf en meer naar de snelheid of kracht waarmee de koers beweegt.

Een markt kan bijvoorbeeld nog steeds stijgen terwijl het momentum al afneemt. Dat kan erop wijzen dat de opwaartse beweging minder krachtig wordt. Omgekeerd kan bij een dalende markt het neerwaartse momentum afnemen voordat de koers daadwerkelijk begint te herstellen.

Bekende momentumindicatoren vergelijken vaak recente koersveranderingen met eerdere koersbewegingen. De uitkomst wordt bijvoorbeeld weergegeven binnen een vaste schaal.

Beleggers gebruiken zulke waarden soms om te beoordelen of een markt relatief sterk is gestegen of gedaald. Begrippen als overbought en oversold worden daarbij vaak gebruikt.

Ook hier geldt dat zo’n waarde geen automatisch draaipunt betekent. Een sterke markt kan langere tijd hoog blijven noteren en een zwakke markt kan langer dalen dan een indicator op het eerste gezicht doet vermoeden.

Volatiliteitsindicatoren meten beweging, geen richting

Een derde groep richt zich op volatiliteit. Daarbij gaat het niet om de vraag of de koers stijgt of daalt, maar om de omvang van de bewegingen.

Wanneer koersen gedurende korte tijd sterk heen en weer bewegen, is de volatiliteit hoger dan tijdens een rustige periode met kleine dagelijkse verschillen.

Dat kan belangrijk zijn voor trading. Een strategie die goed functioneert in een rustige markt hoeft zich namelijk niet hetzelfde te gedragen wanneer koersuitslagen plotseling veel groter worden.

Volatiliteitsindicatoren kunnen daarom helpen bij het inschatten van de actuele marktomstandigheden. Ze geven echter niet aan welke richting de volgende beweging zal hebben.

Een hoge volatiliteit kan zowel tijdens forse koersdalingen als tijdens sterke stijgingen voorkomen.

Waarom meerdere indicatoren elkaar kunnen tegenspreken

Het lijkt aantrekkelijk om zoveel mogelijk indicatoren tegelijk te bekijken. Meer informatie zou immers tot een betere beslissing moeten leiden.

In de praktijk werkt dat niet altijd zo.

Verschillende indicatoren meten verschillende eigenschappen van dezelfde koersgegevens. Een trendindicator kan nog een positieve trend aangeven terwijl een momentumindicator al verzwakking laat zien. Tegelijkertijd kan de volatiliteit oplopen.

Dat is niet noodzakelijk een fout. Iedere indicator kijkt vanuit een andere invalshoek naar de markt.

Het probleem ontstaat wanneer een belegger steeds die indicator kiest die op dat moment het gewenste antwoord geeft. Dan verdwijnt de systematiek en ontstaat het risico dat beslissingen achteraf worden gerechtvaardigd.

Een vaste methode is daarom vaak belangrijker dan het aantal beschikbare indicatoren.

De instellingen bepalen mede het signaal

Bij vrijwel iedere technische indicator moeten instellingen worden gekozen.

Een gemiddelde over tien handelsdagen reageert bijvoorbeeld sneller op nieuwe koersbewegingen dan een gemiddelde over honderd dagen. Dat maakt de korte instelling gevoeliger, maar kan ook leiden tot meer wisselende signalen.

Er bestaat daarom niet één instelling die onder alle omstandigheden optimaal is.

Een zeer korte periode kan snel reageren maar veel ruis bevatten. Een langere periode geeft vaak een rustiger beeld, maar reageert later wanneer de markt daadwerkelijk van richting verandert.

Juist daarom is het belangrijk om instellingen niet voortdurend aan te passen aan de laatste koersbeweging. Wie na iedere tegenvallende transactie andere parameters kiest, loopt het risico een methode vooral passend te maken voor het verleden.

Technische analyse als onderdeel van een systeem

Technische indicatoren worden interessanter wanneer ze onderdeel zijn van een vooraf bepaalde handelsmethode.

In plaats van naar een grafiek te kijken en op gevoel te beslissen, kunnen concrete regels worden vastgelegd. Bijvoorbeeld welke indicatoren worden gebruikt, welke instellingen gelden en onder welke omstandigheden een signaal verandert.

Dat maakt beslissingen beter reproduceerbaar.

Een voorbeeld daarvan is technische analyse van de AEX, waarbij koersgegevens volgens een vaste aanpak kunnen worden beoordeeld in plaats van iedere handelsdag opnieuw op basis van gevoel een beslissing te nemen.

Ook een systematische methode neemt het marktrisico niet weg. Een technisch signaal kan verkeerd uitpakken en een strategie kan verliesgevende perioden kennen. De uiteindelijke positieomvang en het gebruikte financiële product blijven daarom belangrijke onderdelen van risicobeheer.

Een indicator is geen voorspelling

Misschien wel de belangrijkste eigenschap van technische indicatoren is tegelijkertijd hun grootste beperking: ze worden berekend uit gegevens die al beschikbaar zijn.

Een indicator weet niet wat er morgen gebeurt. Hij kan alleen de huidige en historische koersinformatie volgens een bepaalde formule samenvatten.

Dat maakt technische analyse niet waardeloos. Integendeel: juist door marktgegevens consequent op dezelfde manier te bekijken, kan een indicator helpen structuur aan te brengen in handelsbeslissingen.

Maar het is verstandig om onderscheid te blijven maken tussen analyse en voorspelling.

Een technische indicator kan aangeven dat een trend sterk is, momentum afneemt of volatiliteit toeneemt. Of de markt daarna daadwerkelijk stijgt of daalt, blijft onzeker.

Structuur is belangrijker dan één perfecte indicator

Er bestaat geen technische indicator die onder alle marktomstandigheden altijd het juiste signaal geeft.

De praktische waarde zit vooral in de manier waarop een indicator wordt gebruikt. Welke markt wordt gevolgd? Welke tijdshorizon hoort daarbij? Welke regels gelden wanneer een signaal verandert? En hoeveel risico wordt bij een positie genomen?

Wie deze vragen vooraf beantwoordt, gebruikt technische analyse als onderdeel van een gestructureerde methode.

Wie daarentegen steeds een andere indicator zoekt zodra een eerdere analyse niet uitkomt, vergroot vooral de kans op willekeur.

Technische indicatoren kunnen dus nuttige hulpmiddelen zijn om koersbewegingen te ordenen en te analyseren. Ze worden het waardevolst wanneer hun beperkingen net zo serieus worden genomen als hun signalen.