Tracking error bij ETF’s: waarom een indexfonds afwijkt

Een ETF die een beursindex volgt, lijkt op het eerste gezicht eenvoudig. Stijgt de index met 8%, dan zou je verwachten dat de ETF ongeveer hetzelfde rendement behaalt. In de praktijk is dat niet altijd zo. Het rendement van een ETF kan iets achterblijven of soms tijdelijk juist iets voorlopen op de index.

Dat verschil heeft onder meer te maken met kosten, handelsmomenten, dividend, belastingen en de manier waarop het fonds de index nabootst. Een belangrijke maatstaf hierbij is de tracking error. Wie ETF’s met elkaar vergelijkt, doet er daarom goed aan niet alleen naar de jaarlijkse kosten te kijken.

Wie eerst de basis wil begrijpen, kan beginnen met onze uitleg over indexbeleggen.

Wat betekent tracking error bij een ETF?

Tracking error geeft aan hoe sterk het rendement van een ETF in de loop van de tijd afwijkt van het rendement van de index die het fonds probeert te volgen.

Een ETF die een index zeer nauwkeurig volgt, heeft doorgaans een lage tracking error. Schommelt het verschil tussen ETF en index sterk, dan loopt de tracking error op.

Daarmee zegt tracking error iets anders dan alleen hoeveel rendement een belegger uiteindelijk misloopt. Daarvoor wordt vaak de term tracking difference gebruikt.

Stel dat een index in een jaar 10% stijgt en een ETF 9,7%. Dan bedraagt het rendementsverschil over dat jaar 0,3 procentpunt. Wanneer zo’n verschil ieder jaar ongeveer gelijk is, kan de tracking error toch beperkt blijven. Tracking error kijkt namelijk vooral naar de variatie in de afwijkingen.

Tracking error en tracking difference zijn niet hetzelfde

De termen worden regelmatig door elkaar gebruikt, maar ze meten iets anders.

Tracking difference is het verschil tussen het rendement van het fonds en dat van de gevolgde index over een bepaalde periode. Tracking error laat zien hoe veranderlijk dat verschil is.

Voor een langetermijnbelegger kunnen beide cijfers nuttig zijn. Een structureel rendementsverschil kan bijvoorbeeld wijzen op kosten of fiscale effecten. Een hoge tracking error kan erop wijzen dat het fonds de index niet altijd even nauwkeurig weet te volgen.

Een ETF met lage jaarlijkse kosten hoeft daardoor niet automatisch de ETF te zijn die in de praktijk het dichtst bij de index blijft.

Waarom wijkt een ETF af van zijn index?

Een index is in feite een rekenkundige maatstaf. Een ETF is daarentegen een echt beleggingsfonds dat effecten moet kopen, verkopen en beheren. Daardoor ontstaan onvermijdelijk verschillen.

Fondskosten

Een ETF brengt beheerkosten in rekening. Deze worden doorgaans verwerkt in de waarde van het fonds. Wanneer alle andere omstandigheden gelijk blijven, drukken die kosten het rendement ten opzichte van de index.

Toch is de officiële kostenratio niet hetzelfde als de uiteindelijke tracking difference. Andere factoren kunnen het verschil vergroten of juist gedeeltelijk compenseren.

Transactie- en herbalanceringskosten

Een index verandert van samenstelling. Bedrijven kunnen worden toegevoegd, verwijderd of anders gewogen. Een ETF moet daarop reageren door effecten te kopen en verkopen.

Aan zulke transacties zijn kosten verbonden. Bij liquide aandelenmarkten zijn die doorgaans relatief beperkt, maar bij minder liquide markten kunnen ze zwaarder wegen.

Dividend en belasting

Ook dividend kan verschillen veroorzaken. Een index kan dividend op een bepaalde theoretische manier verwerken, terwijl een fonds in de praktijk te maken heeft met belasting, inhoudingen en het moment waarop ontvangen dividend opnieuw wordt belegd.

Daardoor kunnen twee ETF’s op dezelfde index toch niet exact hetzelfde rendement behalen.

Cash in het fonds

Een ETF kan tijdelijk een klein bedrag aan cash aanhouden, bijvoorbeeld door dividendontvangsten of transacties. Dat geld beweegt niet automatisch mee met de index. Vooral in snel stijgende of dalende markten kan daardoor een klein rendementsverschil ontstaan.

Fysieke en synthetische replicatie

Niet iedere ETF volgt een index op dezelfde manier.

Bij fysieke replicatie koopt het fonds daadwerkelijk alle of een deel van de effecten uit de index. Bij volledige replicatie worden zoveel mogelijk indexcomponenten rechtstreeks aangehouden. Bij sampling koopt het fonds alleen een representatieve selectie.

Een synthetische ETF gebruikt derivaten, zoals swaps, om het rendement van de index na te bootsen. Dat kan in sommige markten voor een zeer nauwkeurige indexvolging zorgen, maar brengt ook andere risico’s met zich mee, waaronder tegenpartijrisico.

De Europese Centrale Bank beschrijft in een analyse van ETF-risico’s en replicatiemethoden dat synthetische ETF’s in bepaalde gevallen een nauwkeuriger tracking kunnen laten zien dan fysiek gerepliceerde fondsen. Dat betekent echter niet automatisch dat deze vorm voor iedere belegger beter is. De gekozen structuur en de bijbehorende risico’s blijven belangrijk.

Is een lage tracking error altijd beter?

Voor een ETF die puur bedoeld is om een index zo precies mogelijk te volgen, is een lage tracking error in beginsel aantrekkelijk. Het fonds doet dan wat het belooft: de bewegingen van de benchmark zo nauwkeurig mogelijk nabootsen.

Toch moet tracking error nooit los worden bekeken van andere kenmerken. Denk aan fondsomvang, liquiditeit, spreiding, replicatiemethode, belastingstructuur, bied-laatspread en totale kosten.

Ook moet duidelijk zijn welke index precies wordt gevolgd. Twee wereldwijde ETF’s kunnen allebei breed gespreid zijn, maar toch verschillende indices gebruiken en daardoor een ander rendement laten zien. Dat is geen tracking error, maar een gevolg van een andere benchmark.

Waar kun je als belegger op letten?

Wie twee ETF’s op dezelfde index vergelijkt, kan beginnen bij de jaarlijkse kosten, maar daar niet stoppen. Bekijk ook de historische tracking difference en tracking error als die beschikbaar zijn. Controleer daarnaast hoe de ETF de index repliceert en hoe groot en liquide het fonds is.

Kijk bovendien naar meerdere jaren. Een afwijking over enkele weken zegt weinig, terwijl een consistent patroon over langere tijd meer informatie geeft over hoe efficiënt het fonds wordt beheerd.

Historische cijfers blijven daarbij slechts een hulpmiddel. Ze geven geen garantie dat een ETF de index in de toekomst op dezelfde manier blijft volgen.

Voor beginnende beleggers is het verstandig eerst de werking van fondsen, spreiding en risico goed te begrijpen. Onze gids over beleggingseducatie voor beginners behandelt die basis uitgebreider.

Conclusie

Tracking error maakt zichtbaar hoe nauwkeurig een ETF zijn index in de praktijk volgt. Een klein verschil met de index is normaal, omdat een fonds kosten maakt en daadwerkelijk effecten moet beheren. Belangrijker is of de afwijkingen beheersbaar en verklaarbaar zijn.

Wie ETF’s vergelijkt, kijkt daarom beter niet alleen naar de kostenratio. Tracking error, tracking difference, replicatiemethode en fondseigenschappen geven samen een completer beeld.

Voor indexbeleggers is dat vooral relevant omdat kleine verschillen op korte termijn onbelangrijk kunnen lijken, maar bij langdurig beleggen wel kunnen doorwerken in het uiteindelijke rendement.